Heenreis - Dag 1 – 25 april 2014

Om 04:30 uur worden we opgehaald door de taxibus. en zitten er al in en en halen we ook nog op. Rond 5 uur druppelt iedereen Schiphol binnen. Hoewel het nog vroeg is, is iedereen goed gemutst. De gewone zaken om in het vliegtuig te komen vinden plaats en om 07:10 uur zet het vliegtuig zich in beweging. Om half 8 als ik alweer slaap, stijgt het vliegtuig op en laten we een regenachtig Nederland achter ons!

9.10 uur staan we in Wenen. Om 10.05 uur beginnen we de volgende vlucht naar Bulgarije in een Fokker 70, een klein vliegtuigje van Nederlandse makelij. Om 11.45 uur landen we op het vliegveld van Varna in het noordoosten van Bulgarije. We moeten de klok een uur vooruit zetten : 12 uur wordt 13 uur. Een Zwaluw werd als eerste gespot in Bulgarije er zouden er nog vele soorten volgen!

We hebben de koffers en tassen snel en iedereen lijkt goed blij van zin! We maken kennis met Pavel de gids van onze bus en reisleider. We vertrekken met de busjes, we gaan 40 km rijden om de Oehoe te zien. Die zien we vervolgens dan ook in een grote grot boven in een rotswand. Een beauty! Onderweg zien we Ekster, Geelpoot meeuw, Gierzwaluw, Balkan gele kwikstaart, Spaanse mus, Bonte kraai, Torenvalk, Spreeuw, Leeuweriken. Buizerd, Huismus,Russische Gele kwik, Balkan Gele kwik, Grauwe Gors, Slangenarend, Vink,  Putter, Boomkruiper, Vliegenvanger, Hop, Paapje, Callander Leeuwerik, Parelduiker, Kortteen Leeuwerik, Russische Kauw en een Bruinvis en tot slot ook nog Grielen.  Zo, al vogelend in de diverse biotopen, komen we op de eerste rustplaats en kunnen meteen zelf gaan fourageren. 

Het is dan inmiddels half 8. .?  We zijn laat en dat is niet de laatste keer. We hebben een zeer enthousiaste gids !!! 

Bus 1 - Dag 2 - 26 april 2014

Toen we aan het eind van de 1e dag nog de Grielen zagen dacht ik, als mijn gewenste soorten zó snel voor de lens verschijnen, wat moet dat dan wel worden?’s Avonds ben ik wel moe, maar Pavel heeft jaren in Frankrijk gewoond en speelt verdienstelijk piano en zingt er ook bij. Ha, La Boheme van Charles Aznavour, wie kent dat liedje niet? Verrekte lange tekst overigens, maar hij gaat maar door, samen met zijn vriendinnetje. Hoe heette zij ook al weer? Tanja? Of wat dat degene die de juwelen de volgende ochtend had ontvreemd?

Het refrein: La bohème, la bohème / Ça voulait dire on est heureux / La bohème, la bohème / Nous ne mangions qu'un jour sur deux

Dat belooft nog wat! En ja hoor, nog één: I am just a gigolo van Prima!

I'm just a gigolo and everywhere I go / People know the part I'm playin' / Pay for every dance, sellin' each romance / Ooohh what they're sayin'? / There will come a day, when youth will pass away / What will they say about me? / When the end comes I know / there was just a gigolo's / Life goes on without me.

Mijn dag kan niet meer stuk. Vol goede moed begin ik aan de 2e dag…. Wel even wennen zo’n halve groep, maar de sfeer blijkt gedurende de week alleen maar beter te worden. Daar was ook alle reden voor: onze gids Pavel ontgaat niets en kent zijn plekjes. De chauffeur rijdt wat truttig, maar daar blijkt alle reden voor. De bus is oud en versleten (460.000 km) en er blijkt een stukje aan de achterkant te zijn aangebouwd, dus om nou te zeggen geweldige weglegging… Maar hé: this is Bulgaria! Maar wacht even, ik zie in mijn notitie staan:& zitten nog op bed op ons te wachten…. Ja we hebben wat te stellen gehad met de dames. Maar in ieder geval altijd de zonnetjes in de bus! We starten met een ochtendwandeling en pakken o.a. zomertortels, zeearend en roodpootvalk mee: lekkere binnenkomers…. Op een camping lopen we rond, wat een vervallen zooi zo met die huisjes langs het strand. We pakken een roller op een steen en wellicht de Syrische bonte specht.

Voor de middag staan 3 four wheels klaar. Tja, en met wie kun je dan beter in de auto zitten dan met? Ik nie weten nie. We blijven alert op zijn onnavolgbare stuuracties, denken regelmatig: einde verhaal, maar hij redt het, dus wij ook! Prachtig gebied met een overdaad aan begroeiing: de meest mooie plantjes, veelal kleine bloemetjes in bloei, ook veel soorten sedum. We eindigen bij een poeltje en ik dacht, dat wordt de mooiste waarneming van de week: roodkeelpieper. Intussen weten we beter lieve lezers! De dag is nog niet ten einde: een draaihals laat zich langdurig bewonderen. En het meertje dat in de laaghangende zon alles zo mooi laat afsteken toont ons vele steltkluten.
We sluiten de dag verzadigd af met bier en allemaal lekkere dingetjes.

Kruiden
Kruiden
Griel
Prachtige kusten

Bus 1 – Dag 3 – 27 april 2014

De 2e nacht in de lodge van onze gids Pavel in Durankulak  aan de Zwarte Zee heb ik ook weer prima geslapen na het muzikale optreden van Pavel gisteravond. Zijn vrouw Tatjana wenste ons weer heel vrolijk Goedemorgen en had weer voor een heerlijk ontbijt gezorgd met o.a. Bulgaarse yoghurt.  Voordat we vertrokken nog even naar het nestje kneutjes gekeken in een bruine conifeer nog geen meter van de lodge af en volgens Pavel zaten zij in deze dode conifeer omdat deze nu dezelfde kleur had als de kneutjes zelf. Ook moest er nog een groepsfoto worden gemaakt, deze werd door de chauffeur gemaakt en die werd door Pavel geïnstrueerd dat in ieder geval de roodhalsgans prent van zijn lodge er goed op moest komen te staan hopelijk is de hele groep ook goed op de foto gekomen. 

Onderweg een stop aan zee waar de scharrelaar (wat is hij toch mooi) goed was te zien en onder andere de Dwergaalscholver. Pavel legde uit dat de Dwergaalscholver niet in een lijn of v-vorm vliegt maar gewoon in een groepje waar door hij makkelijk te onderscheiden is van de aalscholver. Bij het benzinestation waar we onderweg stopten bleek er een pinapparaat te zijn dus iedereen proberen om Bulgaarse Levs te bemachtigen zodat we ook wat in het winkeltje konden kopen, maar helaas, er kwam niet 1 Lev uit het apparaat rollen en er waren vele soorten passen uitgeprobeerd. Dus geen lekkere dingetjes totdat George uitvond dat je wel kon betalen met je pinpas in de winkel. Toen toch nog wat kunnen kopen. Even later zijn we gestopt bij een wisselkantoor zodat we toch nog de felbegeerde Levs konden bemachtigen.

We hadden lunch bij de Zoo een prima plekje waar we de andere groep (in het andere busje) ook weer tegen kwamen, na twee nachten apart te hebben geslapen. Na de balkanvliegenvanger te hebben bewonderd die daar ter plekke zat zijn we gaan wandelen in het bos, aan de overkant  van de Zoo, waar we de grijskopspecht en de middelste bonte specht hebben gezien. Voor mij twee nieuwe soorten. Het bos was wel wat modderig met als gevolg dat onze schoenen veel groter en zwaarder waren geworden. Daarna is ons busje ook niet meer helemaal schoon geweest ondanks onze verwoede pogingen de schoenen weer schoon te krijgen voor het instappen.  Bij Burgas, wederom aan de Zwarte Zee, hadden we een hotel. Dit was iets te klein voor ons allemaal dus met 6 man sliepen in het hotel ernaast waar we een mooie kamer hadden met uitzicht op zee. We hebben gezellig gezamenlijk gegeten en we konden onze drankjes betalen met levs.

Bus 1 – Dag 4 – 28 april 2014

en

Het reizen begint z’n tol te eisen. Voor het vertrek paniek. is zijn telescoop kwijt. Overal zoeken en vragen, er staat er nog wel een, maar dat is niet de zijne. Uiteindelijk gaat hij nog een keer op zijn kamer kijken, ….. daar staat hij gewoon. Hij wist toch zeker dat hij hem al mee naar beneden had genomen…

Het is een beetje regenachtig. Als eerste gaan we naar Burgas Zuid, een plek waar vorkstaartplevieren zouden kunnen broeden. Deze vogels zijn niet erg plektrouw, dus hopen we maar dat ze er zullen zitten. Hier is ook kans op buidelmees en steltlopers. We wandelen samen met onze collega’s uit de andere bus het veld op, als eerste vliegt een kwak langs, en even later een groep vorkstaartplevieren, we kunnen goed het specifieke geluid horen dat ze maken. In het riet horen we waterral, rietzanger, kleine karekiet en Cetti’s zanger. In de lucht torenvalk en wulp. Acht nieuwe soorten in een stop! We gaan verder naar de zoutmeren van Burgas, deze strekken zich uit over een gebied van 30 km². We zullen op verschillende plaatsen stoppen. Bij de eerste stop hier weer een nieuwe waarneming: grote zilverreiger. Als we proberen deze dichterbij te zien en daarom op een volgende plek stoppen, zien we tussen de in groten getale aanwezige steltlopers, lepelaar, zilverplevier en na goed zoeken en veel overleg 4 breedbekstrandlopers. Hier eten we onze lunch, wordt even een buidelmees gezien en vliegen er 4 pelikanen over.

Weer paniek, is z’n telefoon kwijt. Dat is snel opgelost, we bellen hem, de telefoon zit in zijn jaszak……

Als we hier weer weggaan hebben we overleg in de bus. Oorspronkelijk was het plan om zuidwaarts te rijden naar een oud bos bij de Turkse grens, waar witrugspecht gezien zou kunnen worden. Vanwege het regenachtige weer is dat plan vanmorgen afgeblazen, maar het weer is inmiddels wat verbeterd, nu hebben we de keus, nog meer zoutpannen/meren, c.q. steltlopers of toch naar het bos. Dat is een rit van 90 km heen en dus ook terug. Onderweg kans op roofvogeltrek, volgens Pavel nog beter dan boven de Bosporus, er komen hier verschillende trekroutes bij elkaar. Unaniem besluiten we: we gaan voor het bos. Onderweg zien we een grote donkere vogel in een boom zitten, schreeuwarend. We passeren een rots die de leeuwinnenrots wordt genoemd in de volksmond, want als je op het juiste punt kijkt zie je er de kop van een leeuwin in.

Het bos, de habitat van de witrugspecht, bevindt zich in het oudste natuurpark van Bulgarije (1925). Het is een oud beukenbos. Terwijl we nog in de bus zitten beluisteren we de roep en roffel van de witrugspecht, zodat we weten waar we op moeten letten, en onze tactiek wordt besproken. We maken een menselijke slinger over de weg door het bos, bij elke bocht in de weg blijft iemand staan, die dan nog net in het zicht staat van de volgende, zodat we elkaar kunnen gebaren als er één ontdekt wordt. Pavel lokt met zijn apparaat met roep en roffel. Na enige tijd resultaat, de slingertactiek werkt, Pavel heeft een paartje witrugspechten ontdekt. De vogels vliegen wat (verschrikt) heen en weer, we zien ze in meerdere en mindere mate, geen kans op foto’s helaas. Inmiddels is het zes uur en moeten we echt terug. We passeren een punt waar paspoorten gecontroleerd kunnen worden, we zitten hier vlak bij de Turkse grens en hier proberen Syrische vluchtelingen het land binnen te komen. Gek, dat je daar opeens zo dichtbij bent. Wij kunnen er doorrijden. Tegen achten komen wij bij ons hotel aan, waar de inzittenden van de andere bus inmiddels hun magen al hebben gevuld.

Dat gaan wij ook snel doen  en daarna lijsten. Wij zagen vandaag 103 soorten, elke stop levert wat op, is de slogan. Totaal zijn her er nu 181.  Inmiddels hebben wij al heel wat zien vliegen, van breedbekstrandloper tot dunbekmeeuw, van mute swan tot schreeuwarend, van reuzenstern tot dwergmeeuw en van kortteenleeuwerik tot langpootmug.

Bus 1 – Dag 5 – 29 april 2014

en

De Bulgaarse politie heeft de afgelopen drie maanden het hotel St George gevorderd als uitvalsbasis om Syrische vluchtelingen tegen te houden. Tegen de beloften in rookten ze op hun kamer dikke sigaren, een van de redenen waarom wij zijn verbannen naar de “dependance” van het hotel.

Na wat vogelen (Noordse Nachtegaal) ontbeten en vertrokken naar de Madzharovo regio. We rijden langs Burgas met zijn trolleybussen en het Burgas-meer. Verder zuidwaarts over kleinere wegen langs het Mandrensko-meer. Overal over elk stroompje zien we prachtige oude stenen boogbruggetjes. “Ontworpen door een Bulgaars architect”, vertelt Pavel trots, “gebouwd door de Turken”.

Op naar Sredrets, waar we allemaal de busjes uitspringen: onze eerste Dwergarend! Daarbij bleef het niet, Boomleeuwerik, Appelvink en Roodkopklauwier, distelvlinder en veel orchideeën.

De volgende stop is ook al een geweldige plek. Als we iets het veld inlopen spotten we snel een schitterende Ortolaan, Roodkopklauwier, Roodborsttapuit, Grauwe Klauwier, Grasmus, Gaai, Buizerd, Schreeuwarend, en horen we Wielewaal, Hop, Koekoek, en Nachtegaal. Ook nog een koningspage en distelvlinder.

De volgende stop is hopelijk voor een Keizerarend, er leven hier zo’n 30 paar. Dit komt door de hoeveelheid grondleven, met name de siesel die het stapelvoedsel is voor de Keizerarend. En ja hoor, daar is een 3e jaars Keizerarend, vergezeld door een wolk van meer dan 30 Ooievaars.

De deur van de auto heeft kuren. Hij sluit regelmatig moeilijk, en nu, rond lunchtijd, gaat hij zelfs niet meer open! We stoppen op de plek waar de andere groep net geluncht heeft, 2 km voor Topolovgrad, met uitzicht op de 3 hoogste bulten van het Manastirskigebergte, zo’n 500 m hoog. We sluiten ons niet bij hun aan, maar banjeren door het graanveld via tractorsporen naar een mooi weitje waar we gaan lunchen. Een prachtige plek met mooi uitzicht. Weinig vogels, mooie bloemetjes en oranjetipjes, Roodborsttapuit. Er vallen een paar spatjes regen, maar niet ernstig. De lunch is standaard, de bekende vier kleffe witte boterhammen besmeerd met een paar schijven roomboter (brrr), waarop ham en kaas en een stukje komkommer. Uiteraard een appel en flesje water.

Bij tweeën rijden we verder. Na zo’n 20 km hebben we een stop. Daarna moeten we omrijden omdat de brug over de Griekse rivier de Evros nog steeds (al zo’n 2 jaar) kapot is. Pavel had ons al ingelicht, de regering en de maffia zorgen goed voor zichzelf, maar het gewone volk blijft zonder verbeteringen zitten, ondanks de aansluiting bij de EU. Het is hier arm, veel huizen zijn ingestort omdat de bewoners zijn weggetrokken. Het bewonersaantal in Bulgarije is de laatste 20 jaar met 2 miljoen gezakt! Toch zien we veel omgeploegd land vanwege de Brusselse landbouwsubsidies… Aardappelen, tarwe, koolzaadvelden en veel bijenkasten. De verdeling landbouwgrond versus niet landbouwgrond is 1:1.

Na een Zwarte Ooievaar nog even van de doorgaande route afgeweken om de Maskerklauwier te zien. Maar we vinden slechts een dode steenmarter. Iets verder een mooi plekje voor een wandelingetje op zoek naar de Oostelijke Orpheusgrasmus Sylvia crassirostris. We hoorden hem wel zingen, maar hebben hem niet gezien. Wel een Cirlgors. In een ander deel van ons groepje ontdekte Rob een boomkikkertje en de chauffeur vond een stuk kwarts. Het is hier prachtig, met veel bloemen. Later nog een keer uitgestapt voor de Blauwe Rotslijster en Maskerklauwier. Maar vanwege beginnende regen snel de bus in, vogelaars zijn ook maar mensen.

Verderop, een aantal kilometers voorbij Izvorovo, houden we halt op een prachtige plek met eerste klas waarnemingen, de halve Bulgaarse checklist zat er zo ongeveer: Roodkopklauwier, Grauwe Klauwier, Cirlgors, Ortolaan, Staartmezen, Orpheusgrasmus, IJsvogel, Wielewalen ♂ en ♀, Koekoek, Nachtegaal gezien, een prachtige Maskerklauwier in het zonnetje, Rouwmees, Grote Lijster, Grauwe Vliegenvanger, Roodpootvalk, Dwergarend, Ooievaar, we vergeten best nog wat.

Dan wordt er een grote roofvogel gespot die achter de dennen verdwijnt en op zijn bekende wijze stormt Pavel het busje uit. Het is een Slangenarend. Vanuit de bus is nog een Bonte Tapuit, een Groene Specht en Raaf gezien. Bij zessen de Evros over. Parende Ooievaars op een betonnen paal, grote vissen in een beekje en nog een dood egeltje.

De laatste kilometers naar ons onderkomen hoog in de bergen blijkt het wegdek schrikbarend, stapvoets laveren tussen diepe kuilen van de linker- naar rechterkant van de weg. Onze chauffeur heeft het zweet op zijn voorhoofd staan.

We logeren in The Wild Farm. (www.bedandbirding-rhodopes.bg/en/en-index.html) Het is een bio-boerderij met meer dan 500 koeien van zeldzame rassen, 22 ezels, paarden, ook voor paardrijden, tientallen Karachan schapen, bijen en 16 honden. Betty en echtgenoot Nikolay Vassilev runnen deze accommodatie en hebben ook nog 4 kinderen. Heel gezellige tent waar we ook met beide groepen eten. Heerlijk en veel, met toetjes. De Farm heeft niet voldoende kamers voor iedereen. Een deel van onze groep is in wat verder af gelegen huisjes ingedeeld, evenals de andere groep. Men is overal lyrisch.

De jarige bood iedereen een drankje aan i.v.m. haar verjaardag, maar toen Pavel binnenkwam zei hij dat de drankjes vanavond voor zijn rekening zijn. Gelijst. Heel even naar de Dwergooruil wezen luisteren, maar niks gehoord. Hopelijk morgen beter. Weer: zon en af en toe regen, lekkere temperatuur. ’s Avonds 12 °C.

Bus 1 – Dag 6 - 30 april 2014

Het is onze eerste ochtend in het Oostelijk Rodopi Gebergte, na overnachting  op de Wild Farm (van jonge ondernemer Betti en haar gezin) met  ’s nachts geluiden van Dwergooruil, balkende ezels en kwakende Boomkikkers, in het dorpje Gorno Pale (25 inwoners; op 1700 m ?). Het ligt niet ver van de grens met Griekenland.  We dalen af naar de rivier de Arda. De hoge rotsen van de kloofwand waren al van dichtbij uit onze doucheruimte te zien.

Op het punt waar de rivier zich versmalt tussen de nauwe rotsen, ergens ver beneden ons, niet zichtbaar door het bladerdek van loofbomen op beide oevers, steken we de Arda over en komen dicht langs een partij kale rotswanden. Met wat speurwerk van 16 paar ogen krijgen wij het silhouet van waarschijnlijk de Blauwe Rots Lijster in de kijker.  Even later staat hij in volle glorie zichtbaar in de ochtendzon , bovenop en in het midden…, dan weer opzij…, op de volgende rotspunt wat lager……. Terwijl in de struikjes en veldje voor ons, achter ons, ook het een en ander te horen en te zien is, onder meer de Zwartkop- en Grijze Gors en Roodkopklauwier. De collega vogelaars met de grote verrekijkers op statief, de helft van de groep, volgt intussen de eigen waarneming of aanwijzingen en kunnen de bevestiging leveren met een haarscherp en wonderschoon beeld, terwijl een Slangenarend in de lucht rondcirkelt. De tijd verstrijkt zo ongemerkt. Dit intensief gebeuren en prachtig landschap wordt op ons netvlies gebrand. Met moeite maken we ons ervan los. Om weer redelijk gedisciplineerd en doelgericht naar de volgende  specifieke biotoop te gaan! Zowel onze Bulgaarse gids Pavel, als de groep, blijven toch weer even staan kijken, nemen nog de laatste foto van een  nest, bloem, vlinder, hagedis.  Of staan verrast stil bij het zien van de ook verraste herder of koe. Al doende gaan we deze dag 78 soorten vogels zien, waarvan 21 zuid- en oostelijke soorten (niet te zien in Nederland) en 12 nieuwe soorten  van de dag.

Bij het punt waar de rivier weer zichtbaar en breed stroomt en een haarspeldbocht neemt wordt het picknicken en vogelen samen. Rots- en roodstaartzwaluwen vliegen ons letterlijk om de oren.  De Rots Klever  zien we bij de rotswand en Grote Gele Kwikstaart bij de rivier. Verder lopend  komen we op een plateau met weiden en vergezichten over een ander dal . Langs de weide naar de rivier lopen koeien en kalveren. Zij lopen zelfstandig al grazend hun dagelijkse route, zo blijkt bij ons vertrek na 2 uur vogelen. Wat ook hun tijd voor vertrek en oversteken bleek. Met blerende kalveren, die weer heen en terug over de weg lopen omdat ze in het gedrang hun moeder kwijt zijn geraakt. En in die ruim 2 uur zien we zoal Kuif-, Calander-, Boom Leeuwerik en Zwartkop Gors. Minstens een halfuur zitten we geduldig stil te op 5 meter van een struikje om de Oost Orpheus Gors te zien.  En zien Pavel sluipen,  Zwarte Ooievaars dichtbij vliegen en de Keizerarend verder weg en genieten loom van het middagzonnetje en  het zicht op de rivier. Later zien we ook nog de Vale gier, Aasgier en Steenarend, Balkanbergfluiter en Kleine Torenvalk.

's-Avonds na het eten lopen we nog even mee naar verder over het dorp verspreide onderkomens van onze groepsgenoten in leegstaande boerenwoningen. Die vanop zijn bergwei en vanbeneden aan de helling tussen de bomen. Eerst horen we veel blaffende honden en dan komen honden die ons begeleiden en even later horen we de Bosuil en zien we op het dorpsplein een Boomkikker wegspringen naar zijn slaapplek.

Bus 1 – Dag 7 – 1 mei 2014

De dag begint met een lekker ontbijt op de comfortabele boerderij van Betty en haar man. Vervolgens worden de koffers ingeladen en, na het ontdekken van een steenuiltje op het dak van een nabijgelegen huis, gaan we op weg naar Yagodina.

Onderweg komen we door oude dorpjes,  de verspreide groepjes huizen duiden op  Turkse invloed, vertelt Pavel. Koeien op straat worden voorzichtig gepasseerd. In deze arme streek worden op de schrale bodem voornamelijk tabaksplanten geteeld.

We stoppen bij de Studen Kladenets dam, op zoek naar de Balkansperwer. Maar alleen zwaluwen, een grijze gors en een groepje geiten komen in beeld en we vervolgen de rit.

Op de oever van de Krumovitsa rivier stoppen we op een mooie plek met een prachtig uitzicht. Als we voorbij wandelen roept een man ons toe: “ Where are you from? “ Ik roep terug: “ Holland, but where are you from?” Hij antwoordt: “ Istanbul! “
We ontmoeten hier ook de andere groep en op een hoge rotswand ontdekken we een Aziatische steenpatrijs. We zien een rotsklever bij zijn/haar nest en ik heb het geluk de rode rotslijster even mooi in mijn telescoopbeeld te krijgen, een soort die zeldzaam geworden is in Bulgarije.

Pavel imiteert het geluid van de dwergooruil met succes want een “echte” reageert.

Helaas geen tijd om langer te blijven, we moeten verder en rijden door de stad Kardzjali. Bij een kleine dam wordt gestopt om te lunchen.  Op de lunch lijkt geen zegen te rusten want ook nu gaat het weer regenen. Dus maar door en in Smolyan stoppen we om te tanken.

De tijd dringt want een zestal van ons zal in de namiddag op “berenexcursie” gaan. Pavel regelt dat de gids ons tegemoet rijdt en we stappen over in een oude Toyota Landcruiser terwijl de anderen richting hotel  gaan. Er volgt een enerverende rit naar een hooggelegen hut: de zwijgende chauffeur, hij spreekt geen Engels, stuurt zijn auto met ware doodsverachting tegen de berg op. Wij, ietwat opgewonden en lacherig achterin, worden flink doorelkaar geschud. Dan begint het lange, stille wachten in de hut. De regen valt gestaag en de ruitjes beginnen te beslaan. We poetsen wat af met de door de gids uitgedeelde papieren servetjes en dat gaat niet helemaal geruisloos. Twee hazen flitsen voorbij, gaaien en vinken komen op het graan af dat neergelegd is om dieren te lokken. Ineens verschijnt een groep wilde zwijnen. Schuw kijken ze in de richting van de hut en aarzelen om op het voer af te gaan. Na een tijdje verdwijnt de groep maar komt terug als het donker geworden is. De schuwheid is nu verdwenen en in het flauwe licht van een buitenlampje zien we de zwijnen ruziën om het voer. Ineens verdwijnen ze weer en ik probeer te zien wat daar de oorzaak van is: een bruine beer misschien? We wachten gespannen af maar helaas komt bruin niet opdagen. Het wordt fris in de hut en we houden het voor gezien. Opnieuw volgt een spannend ritje maar nu naar beneden en in het donker. Met verbazing volg ik de prestaties van chauffeur en auto en overweeg mijn eigen oude Toyota toch nog maar niet van de hand te doen.

In het hotel is Pavel opgebleven en wacht ons op, we eten en drinken nog wat. Na een lange dag vol indrukken stap ik, rond middernacht, in bed.

Bus 1 – Dag 8 – 2 mei 2014

Een exclusief arrangement voor de mensen die hebben deelgenomen aan de berenexursie. We mogen tot 9.00 uur uitslapen. Echter om 6.30 uur wakker. Up your feet again want waarom de dag uitstellen als er nog zoveel te zien en te beleven is.
Voor het ontbijt Zwarte Mees en Europese Kanarie. Goed voor de lijst. Maar de doelsoort van deze dag is de Rotskruiper. Deze hopen we te scoren in de Trigadkloof.

Onderweg een kort uitstapje en we lopen langs een snelstromend beekje. Prana! De zon schijnt, het is frisjes met een prikkelende atmosfeer. We zien Waterspreeuw en mogelijk een otter. Bij twijfel niet inhalen, de otter wordt niet meegeteld. Grote Gele Kwik voert een jong. Many Wagtails op de vangrail.

De Bulgaren genieten van een korte vakantie. Devil’s Throat blijkt een populair uitstapje te zijn. The Devil's Throat is ca 1 km van Trigrad in de Trigrad Gorge. Devil’s throat is een toeristische trekpleister. Wij nemen genoegen met het verhaal van de gids over de vele pogingen die zijn gedaan om te ontdekken waar het water wat door de grot stroomt weer aan de oppervlakte komt. Volgens Pavel is nog steeds niet bekend hoe de stroom loopt. Voorwerpen eenmaal door de Throat  opgeslokt worden niet meer teruggezien. Ook duikers die zijn afgedaald voor onderzoek kunnen hun avontuur niet navertellen. Naast een rotsvast vertrouwen in onze gids was er ook de consternatie dat het verhaal mogelijk verband houdt met onvoldoende bedden in het volgend hotel wat ons ervan weerhield om de grot te bezoeken… Wij nemen genoegen met de aanblik op de Rotskruiper, en welk genoegen! We kunnen hem prachtig volgen, goed in de kijker, elk detail scherp in beeld. Wat een weergaloze ervaring. Een raaf komt aangevlogen en landt bij zijn nest waarin jonge raven, nog wit om de snavel, goed te zien zijn.

De route loopt van Gorno Pole via Youvren en Teshel naar Yagodina.  We bevinden ons in de Western Rhodopes. Onderweg bij een stuwmeer maken we een tussenstop wat goed is voor berenprinten langs de weg. Heuse sporen en het bewijs dat zich daadwerkelijk beren in het gebied bevinden.  Ongeveer maatje 50+. Onze focus is op vogels maar een Vuursalamander  blijft niet onopgemerkt. Ook de Geelbuikvuurpad mooi gezien en ach, wat zijn die modderhappende zwaluwen toch leuk om te observeren.

Bus 1 – Dag 9 – 3 mei 2014

's Morgens bij het ontbijt begon de discussie al over het verschil tussen de matkop en glanskop mees.

In de bus werd vermeld dat een vale gierzwaluw was waargenomen. Men maakte er 12 uur zwaluw van. Na een half uur kwamen we de andere bus tegen. De eerste stop werd er gezocht naar gemsen op de rotsen.Er werd een zwarte mees waargenomen. De tweede stop werd, met behulp van een geluid machine, een kwartelkoning gelokt. Maar deze werd wel gehoord, maar niet gezien. Het geheel duurde wel een half uur, dus geduld was er wel. Onderweg werden geelgors, heggenmus, buizerd en een sperwer gezien. Ook een slangenarend.

Om 13.30 uur  lunchten we aan de kant van de weg op 1400 m. hoogte, het was er koud. We aten onze boterhammen geen ham, kaas (zoals we waren gewend) maar kaas met ham en komkommer. Er waren daar mezen o.a. kuifmees, specht, vuurgoudhaantje. Toen we doorreden steeg de temperatuur. We stopten en in de verte zagen we "de pyramiden" kalksteenachtige rotsformaties. Er waren wielewaal en hop.   Ook was er een bijzondere bidsprinkhaan. Tevergeefs werd gezocht naar de rotsmus.

Toen brachten we de bagage naar het hotel, want de bus moest daar een behoorlijke hoogte op en kon daarom niet te zwaar beladen zijn. We zagen verder nog een grauwe gors en een bijeneter. Toen klommen we naar het Rozenklooster uit de 14e eeuw. Daar ging een groep nog vogelen, men zag alpengierzwaluwen.

Om 19.00 uur naar het hotel vertrokken, waar we om 19.55 uur aankwamen. Om 20.00 uur aan tafel, de andere groep had al gegeten. Er werd opgemerkt dat het jammer was, omdat we nog 5 min. hadden kunnen vogelen. Het was een mooie dag, en we aten met smaak de heerlijk salade en mousaka. Ook het biertje ging er goed in.

Bus 1- Dag 10 - 4 mei 2014

Ontbijt rommelig na een onrustige nacht (muziek, alarm en onweer). Links en rechts zwartkopgorzen langs de weg. Schaapskudde en geiten op de weg, maar we konden er langs met hulp van honden. Bijeneters, kalanderleeuweriken, roodkopklauwieren, grauwe gorzen. Bij westland tijd voor rotsmus. Nee, maar wel cetti's en zwarte ooievaar.

Xotobo
Cnatobo Grote distels langs de weg, koekoek. Geen buidelmees.

Sandanski We gaan tanken enkrijgt een fooi voor het zemen van de ramen.

Strunyanie Links de grens met Macedonië en rechts het Piringebergte. Veel wijnvelden in het gebied waar we nu reizen

Kresna Hier is een natuurgebied met boomjeneverbessen (Juniperus excelsa). Bijzonder. Nattuurpark. Komt door microklimaat. Het is hier mediterraan. 4 ooievaars

Simitly Even aangehouden door de politie, die op zoek is naar twee ontsnapte gevangenen. Wij mochten snel door. Toeristen was het wachtwoord. We overnachten in het Rilagebergte bij Sofia. Het is hier 2.925 meter hoog. Nu de afslag Rila Monastery.

Rila Eerst vogelen en lunch was het plan, maar na de lunch begon de regen. Toch eerst klooster en dan verder zien. Bij de wandeling naar het klooster chaos in het verkeer. Bus, dubbele parking en tweerichting verkeer op een smalle weg staat hier borg voor. Klooster indrukwekkend. Het bleef regenen en dus niet vogelen maar op weg naar het hotel bij Sofia. Uit de bergen werd het droog. Stop voor kersen en aardbeien. Lekkere snack. Op snelweg even gestopt voor buizerd.

Sofia Grote stad (2 miljoen mensen). Moderne architectuur. Afslag naar Aleko. Aleko was de eerste toeristische skiër van Bulgarije. Hij is omgekomen bij het skiën en het dorp is naar hem vernoemd. Naast de weg een standbeeld van hem. Prachtige blik op Sofia en dal. Ook vanuit het hotel.

Park Vitoshka. Onderweg zwarte specht, notenkraker en beflijster. Moreni is hotel vernoemd naar stenenrivier. Gevogeld bij de top. Wintersportdorp. Gezien notenkrakers, beflijsters, vuurgoudhaan, goudhaan, kruisbek en waterpieper. 's-Avonds heerlijk gegeten met lekker toetje.

Afscheidsredes van(Engels),(Spaans) en(Bulgaars)

Bus 2

Bus 2 - Dag 2 – zaterdag  26 april 2014

en

Onze overnachting was in een hotel in Karnaka vlak bij de kust. Ons ontbijt zag er goed uit met eieren en olijven, fettakaas en een kaasomelet. De sfeer in de groep was uitermate gezellig.

Als we na het ontbijt langs de kust rijden zien we Thracische grafheuvels. Ze zijn helemaal met gras begroeid, vallen erg op in de vlaktes van de kust. Langs de kustlijn staat er ook een soort dolmen, verloren in zijn eentje. We zien een troepje Spaanse Mussen in de buurt van bloeiende seringen. De Judasboom is prachtig van paarse bloesem voorzien.

Als het busje stopt kunnen we in de richting van een fort lopen over een oude Romeinse weg, deze voert naar Cape Calliakra. We lopen langs Romeinse thermen, we zien een vervallen Middeleeuws Bulgaars kerkje. Overal langs de weg staan prachtige gele affodils weelderig te bloeien en ook de gele kamille is rijkelijk vertegenwoordigd. Een distelvlinder zit te pronken met gespreide vleugels. We horen en zien een Grauwe Gors en verderop zit een Groenlingpaartje in de boom. Onder het fort is een eenvoudig museumpje ingericht met vondsten van ver voor de jaartelling t/m de Middeleeuwen. Langs de rotsen scheren Alpengierzwaluwen. Ze gaan te snel om op te focussen, maar toch goed te herkennen aan hun grotere ‘gier’zwaluwformaat. Op zee zien we een Parelduiker en Grote Sterns. Heel in de verte gaat een grote groep Pijlstormvogels in een snelle vaart voorbij. Hoe herkennen onze reisgenoten die toch op zo’n grote afstand? Verderop zien we veel gele morgensterren langs de kant en ook een atalantavlinder vliegt voorbij. Op een bord lees ik dat de Russische vloot in 1791 de Ottomaanse vloot verslagen heeft en dat de admiraal door de patriarch van Moskou heilig verklaard is. Er rijzen in mijn hoofd wel wat vraagtekens over zo’n tekst…. Als we bij de bus terugkomen zien we een monument voor de heilig verklaarde generaal.

Vlakbij de bus vliegt een Bijeneter en een Withalsvliegenvanger. Beneden op zee zien we wel zes Geoorde Futen. We drinken even koffie in een gezellig café. Het kost drie keer niks. Daarna gaan we naar het strand voor de picknicklunch. Een Koekoek roept luid. Na de lunch maken we een wandeling langs de bergkant. Mooie roodgekleurde rotsen door het hoge ijzergehalte, prachtig uitgesleten door wind en water. In het riet aan de andere kant laat een Grote Karekiet zich prachtig zien en horen. We zien twee Ralreigers zitten en even later vliegen ze weg. Ineens krijgen we een Grauwe Vliegenvanger in het vizier. Hij komt steeds op hetzelfde dode boompje terug. Verderop staan nog wat verlaten tuinhuisjes op palen, restanten uit de communistische tijd. We horen de Hop roepen en sommigen van ons zien hem ook. Onderweg laat nogmaals de Ralreiger zich prachtig zien en als toegift worden nog twee Rotsduiven gezien met hun donkere voorkomen.

We rijden verder met het busje door een groot ruigtegebied met kleine lage struikjes: het zijn de Russalkasteppen. Wat zien we een bloemenrijkdom waar we de naam niet van weten...! We horen en zien een Kalanderleeuwerik en ook een Nachtegaal gaat luid zijn geluk zitten bezingen. Een Koekoek vliegt voorbij. We krijgen een half uur om de Griel te proberen te vinden. Na even goed zoeken is het bingo! Een compliment voor de vinder van deze moeilijk te vinden vogel! Een Paapje vliegt vlak voor de Griel langs. Een hop komt voorbij en is heel kort zichtbaar. Een Koekoek komt naar ons toegevlogen en gaat op zijn uitzichtspost zitten. Onze gids Mladen vindt een schildpad en een ree rent door het veld. Er wordt een Duinpieper gezien, daarna een Roodkopklauwier. De Duinpieper blijkt welles/nietes een Kortteenleeuwerik te zijn: veel gekrakeel. Mladen ziet het als gezichtsverlies en Barbara maakt resoluut een eind aan deze zinloze discussie door te vragen of ‘de jongens binnen willen komen’.
Onderweg, al rijdend, worden achtereenvolgens een Grauwe Gors, Kiekendief, Torenvalk en Kalanderleeuwerik gespot. Er is veel hilariteit want de Steppenkiekendief wordt gezien. Daarna wordt een ‘Knoertvogel’ door iemand gespot, hetgeen een Soepeend blijkt te zijn…. Het levert veel gelach op!

We maken een prachtige rit langs de kust. Wat zien in dit prachtige landschap de huizen er toch troosteloos uit! Overal vervallen huizen, verlaten dorpjes, roestige vaten. Ineens een busstop: er wordt een Kleine Klapekster gezien. En we krijgen allemaal de tijd om hem goed te zien, want hij blijft keurig zitten. Bij de volgende stop zien we Vink, Koolmees, Ekster, Braamsluiper, grauwe Vliegenvanger, Gekraagde Roodstaart, Zwarte Roodstaart. Zien we een Draaihals? Het is me niet duidelijk geworden. We rijden langs het Shablameer, een meer vlak bij de kust. Daar zien we Kleine Zilverreiger, Witte Zwaan, Scholekster, Witwangstern, Zwarte Sterns, Smienten, Bonte Strandloper, Steltkluten, Visdieven op een vlot, een aantal Kemphanen, Bergeenden, Witoogeenden, Meerkoeten, Blauwe Reiger, Wilde Eend. Een vrouwtje Bruine Kiek wordt aangevallen door een paar Steltkluten.

We rijden nu naar hotel St. George in Sarafovo, waar we twee nachten zullen verblijven.

Bus 2 – Dag 3 – zondag  27 april 2014

De lucht is grijs vanochtend in dit land van nachtegalen en wielewalen, wel is er minder wind.

Vanaf ons hotel, Nash Dom in Kavarna, kun je nog net een stukje Zwarte Zee zien. Kavarna heeft nogal wat hoogte verschil en onder het hotel is een diep dal. Een ommetje in de vroege uurtjes moet via de straat en dat gaat gepaard met veel herrie, want overal slaan de honden aan. Er is wat trek van klein spul en aan de rand van de wijk kom ik tot mijn verrassing een vos tegen die op muizen jaagt. Na een heerlijk ontbijt nemen we afscheid van Kosta Argirov, die zijn gastenverblijf voor Bulgaarse begrippen piekfijn in orde heeft. Op zijn site staan lovende woorden van bezoekers en zo hebben wij dat ook ervaren; gastvrij, attent en goed van eten en drinken.

Vandaag reizen wij zuidwaarts via Varna naar Burgas, maar eerst bezoeken we een nat bosgebied bij Albena, het Baltata reservaat. Om er te komen moeten we langs slagbomen en betalen we entree. Het gebied is een rare mengeling van natuur en massatoerisme. Overal staan hotels en restaurantjes, maar het is een bezoek zeker waard. De wandeling gaat over asfalt weggetjes die door het bos lopen. Het ziet er geel van grote kruipende boterbloemen, een ideale biotoop voor vliegenvangers en spechten, maar ook rusten er kleine reigers. We zien Kleine Zilverreigers, Ralreigers en er vliegt een Woudaapje weg bij de uitkijktoren. Hier probeert Mladen de Grijskopspecht te lokken, maar die laat zich niet zien. Wel vliegt er een Middelste Bonte Specht over, die ook verder tijdens de wandeling goed in beeld komt. De meeste aandacht gaat toch uit naar de vliegenvangers. De Bonte-, de Withals- en de Balkanvliegenvanger zo naast elkaar te kunnen bewonderen geeft toch wel een kick. Vlak voor we verder reizen wordt de Grijskopspecht gehoord, maar een speurtocht levert niets op. Na Varna loopt de weg door een heuvelachtig landschap, te ver van de kust om daar nog iets van te zien. Halverwege wordt gestopt voor een bord patat en ook achter het restaurant was een Balkanvliegenvanger te bewonderen.

Dichter bij Burgas zien we de eerste zoutpannen vol 'waders'. Er is nauwelijks mogelijkheid te stoppen. Bovendien is het er zo open, dat alles op de vleugels zou gaan als je daar het terrein in loopt. Kilometers verder, vlak voor Pomorië, stopt Todor de bus links van de weg. Er staat hier een politiepostje uit de communistische tijd. Al het in- en uitgaande verkeer bij de steden werd destijds geregistreerd door een kameraad van de volksmilitie. Hij zat daar in zijn krap bemeten, vaak snikhete behuizing langs de kant van de weg kentekens te noteren. Had niet het lef te hard langs zo'n post te rijden, want dan kon hij het niet bijbenen en werd je geheid verderop van de weg geplukt. Voor diegenen die op eigen gelegenheid hier langs komen; tien meter voor deze post loopt een onverharde weg tussen de bebouwing door en als je je niet laat intimideren door het hondengeblaf kom je op een puike observatieplek. Loop niet meteen door, maar neem de tijd aan het begin van de plas. Poelruiter, Zwarte Ruiter, Bosruiter, Groenpootruiter, Kemphaantjes, Zomertaling, Breedbekstrandloper, Krombekstrandloper, Temmincks strandloper, Bonte strandloper, Citroenkwikstaart en nog meer. (Zie de soortenlijst van deze dag voor een volledig beeld.)

Na nog wat verder dit terrein en de omgeving te hebben afgezocht rijden we naar Sarafovo, waar we neerstrijken in Hotel Sveti Georgi (St. George) aan de zuidelijke punt van de Zwarte Zeestraat. Het hotel afficheert zich als vogelaars-hotel. Waarom is mij niet duidelijk geworden. Tekort aan badgasten misschien, want stranden zoals bij Varna vind je hier niet. Kortom een rustige plek vlak bij het vliegveld van Burgas en zeker niet duur. Ik kreeg toevallig de prijslijst voor het middageten in handen. Voor de hotelgast is er keuze uit vier verschillende soepen, zeven hoofdgerechten en drie desserts. Als je er ook nog een halve liter bier bij bestelt kost een maaltijd daar negen Leva. Dat is minder dan vijf euro en waar vind je dat nog in Europa?

Bus 2 – Dag 4 – maandag 28 april 2014

Ann en

Na een eerste nacht goed geslapen te hebben in hotel Saint Georges aan de Zwarte Zee, keken Ann en ik naar buiten en nee hé, een grauwe lucht en miezer regen.

De optimisten onder ons, dachten dat het wel snel op zou klaren maar nee hoor tot 13.00 uur constante regen waar je lekker nat van werd. De planning voor onze bus was om de 3 meren/zoutpannen in de omgeving van Burgas te verkennen. Opperbaas Pavel wilde echter eerst nog gezamenlijk op zoek gaan naar de Steppevorkstaartplevier, die hier in de omgeving gezien was. Zo gezegd zo gedaan, dus met 33 vogelaars en twee chauffeurs op pad.had andere plannen en liet ons vertrekken. Het beoogde biotoop was snel bereikt en wij op zoek. Tot grote ergernis van onze gidsen bleek een aanzienlijk deel van het gebied omgeploegd en als de ontwikkelingssubsidie van Europa dan ontvangen was deed men er verder niets meer aan en was er een mooi stuk steppegebied voor jaren verwoest. Toch leverde het een aantal leuke waarnemingen op zoals onder andere Roodpootvalken en de Meerkikker, met een heldergroene streep op de rug. Om onze teleurstelling enigszins te verzachten kwam er een Vorkstaartplevier, echter zonder steppe , overvliegen. Terug bij de busjes, splitsten wij weer op om onze geplande route te gaan volgen.

Jammer dat wij onze doelsoort niet hadden waargenomen, maar door de schaterende lach van ons allerwas de stemming alweer gauw op hoog niveau.  Het werd nog beter toen Mladen ons het nest van een Zeearend beloofde. Na een wandeling van een kwartier omhoog keken wij dan ook uit op een beboste berghelling en met de nodige uitleg van Mladen stonden er al snel enkele telescopen op het rommelige nest gericht. Helaas was er niemand thuis en waren enkele dames alweer in de flora gedoken. Ineens een kreet en ja hoor de grote deur kwam aangevlogen en landde op het nest ons geluk kon niet op toen wij, na enig speurwerk, twee donkere jongen konden ontwaren.

Het meer, wat wij daarna bezochten, leverde de nodige steltlopers en eenden op. Vol verwachting op meer togen wij naar het tweede meer waar wij ook zouden lunchen. 

Op het water zagen we veel van hetzelfde maar in de bomen rond ons was een heel orkest aan het fluiten, het was inmiddels droog geworden, en dat leverde ons ook weer mooie waarnemingen op. Na de lunch togen wij weer op pad en in de bus dommelde een enkeling wat weg. Opeens jubelt:’Ik zie een Hop. Iedereen, gelijk klaarwakker, viel direct in en zong in koor ‘Eef ziet een Hop, Eef ziet een Hop, Eefje, Eefje, Eef ziet een Hop, enz. enz..  Ze bereikte wel dat iedereen weer bij de les was en dat er weer alom gespot werd of er nog iets interessants viel waar te nemen.

Aangekomen bij ons laatste grote doel voor deze dag, de zoutpannen, zagen wij weer veel watervogels en algauw groeide onze daglijst. De Dunbekmeeuw blijf ik toch een rare vogel vinden, het lijkt wel een tuimelaar zoals hij op het water ligt, alsof hij elk moment voorover kan tuimelen. Nieuwe soorten, die hier gescoord werden, waren de Zilverplevier en de Kanoet.

Tegen 18.00 uur togen wij huiswaarts, met ondanks het mindere weer in de ochtend, een respectabele daglijst van 107 soorten, waarvan 19 nieuwe.  Voorwaar een resultaat waar wel een biertje op gedronken mocht worden. Dat deden we dan dus ook en ik nam er ook een rakia bij.

Bus 2 – Dag 5 - dinsdag 29 april 2014

en

Vanmorgen verlieten we hotel Sint-George in Saratov bij Bargas. Het was de 2de keer van vele keren dat we gingen verkassen. Na veel passen en meten om mensen en hun spullen weer in de bus te krijgen, vertrokken we om 9.00uur.

We zijn nog heel even  gestopt bij het laatste stuk Zwarte Zee in de hoop pelikanen te zien, te vergeefs. Na verloop van tijd werd het landschap bergachtiger. We stegen gestaag en reden daarom maar langzaam. Weer was er een korte stop om de benen te strekken en grijskopspechten en roodkopklauwieren te zien. Een Roodkopklauwier hebben we mooi kunnen bekijken maar dat lukte niet met de spechten. Wel stond er een orchidee, die mogelijk de Vlinderorchis was, dat moesten we later nog uitzoeken. Er groeiden een paar akkerviooltjes en er zat een Boomleeuwerik. Later zijn we nog even gestopt omdat we maar liefst drie Schreeuwarenden zagen. Een stop verder zagen we een Grauwe Kiekendief en een Tapuit. Welke kan ik niet meer goed uit mijn aantekeningen halen. Aangezien ik nog nooit van een ‘roodbonte’ heb gehoord. De volgende stop was weer voor een Schreeuwarend.

Tijdens de lunchpauze zagen we een Zeearend vliegen, die niet meteen als zodanig herkend werd omdat het op een voor deze arend een ongebruikelijk plek was. Verder hebben we o.a. een Griel gezien, een Vale Spotvogel, Balkan Kwikstaart, de eerste van vele. Staand boven op een heuvel een Keizerarend en een Zwarte Ooievaar ontdekt. En overal stonden weer andere mooie bloemen en planten. Een latere stop was bij de plaats Topolovgrad, daar zagen we o.a. een Izabel Tapuit of omgedoopt tot ‘therapeut.’ Onderweg in de bus was er veel te zien maar het was een lange zit en dan wordt je wel eens melig. We zagen regelmatig een oude houten kar met een paardje er voor lopen, tijdens deze stop zelfs een paard dat kreupelde. Maar de menner liep er naast. Zo hadden we nog verschillende stopjes waar we op een daarvan een Kleine Torenvalk langs zagen vliegen. We zagen ook een Scharrelaar op een elektriciteitsdraad zitten en maakten als het niet te veel hobbelde door de ruit van de bus onze foto’s.

Onze laatste stop was aan een rivier, dat was een mooi plekje. Hier zagen we ook weer het een en ander.

Er moest nog getankt worden; konden we er even uit want je wordt wel stijf van het zitten. Menigeen had moeite met al dat rijden maar je zag wel veel en we reden door mooie landschappen. Schaapkuddes, loslopende koeien want die lopen gewoon over de weg, er zijn geen afrasteringen, oude kromgetrokken mannen en vrouwen. Aandoenlijk want hoe moeten die het redden omdat van veel van hun de kinderen zijn weggetrokken. Na een heel erg slechte weg die ook erg omhoog ging kwamen we uiteindelijk aan bij ons nieuwe onderkomen, Tudor onze chauffeur is wel een vakman. Het gebouw “the Wildfarm” zag er prachtig uit, wel klein voor meer dan 30 mensen dachten we. Dat bleek te kloppen. We werden tot onze verbazing verdeeld over wel 5 onderkomens. Iemand opperde dat de personen die in het vorige hotel op de hoogste verdieping zaten, veel trappen op met zware bagage dus, dan wel het dichtste bij de farm ondergebracht konden worden en dat gebeurde ook zo. Maar dat bleek, mooi huis dat wel, te bereiken langs een heel slecht, erg aflopend pad. Het was rotsig en modderig. Gelukkig bracht Pavel, het opperhoofd en gids van bus 1 mijn tas naar beneden. We wisten toen nog niet op welke romantisch plekjes de anderen ondergebracht werden. Toen de gemoederen weer wat bedaard en wij gesetteld waren gingen we eten. De ruimte was eigenlijk maar berekend op een man of 20 maar er gaan veel makke schapen in een hok.
Daar hadden ze daar trouwens heel wat van. En wel 600 koeien en 40? Ezels.

Betty, die het bedrijf heeft samen met haar man vertelde een en ander over hun, als enige in Bulgarije erkende biologische bedrijf. En dat ze die ezels hadden aangeschaft omdat de koeien regelmatig worden verslonden door wolven! Als ze inplaats daarvan de ezels aanvielen zou de schade niet zo groot zijn. Maar inmiddels hebben ze op internet gelezen dat melk van ezelinnen heel veel geld op kan brengen. Ze zijn nog niet in de gelegenheid geweest om daar evt. verdere stappen voor te ondernemen. Als ze overblijfsel na de geboorte van de kalveren, nageboorte bedoelde ze denk ik, achter het huis neergooien komen de gieren het opeten.

Nadat we gegeten hadden en de vogellijst bijgewerkt was gingen , die van mij dus meten, die van haar, in het ‘stikkiedonker’, gewapend met een zaklampje richting ons tijdelijke huis. We vonden na een tijdje dat het wel lang duurde voor we er waren en dat het pad nu erg meeviel. We vertrouwden het niet en liepen terug om opnieuw te beginnen en toen vonden we het goede pad. Met gevaar van “eigen leven verstuikte enkels” slopen we voorzichtig het pad af om eindelijk goed aan te komen. Misschien hader die nacht een nachtmerrie door. Zo kwam er een eind aan een enerverend dag en een begin van een onrustige nacht want we werden uit de slaap gehouden door een blaffende hond, het beest ging maar door.

Maar de omgeving was prachtig. ’s Nachts was het pad onverantwoord maar overdag kregen we er al gauw handigheid in.

Bus 2 – Dag 6 – woensdag 30 april 2014

en

Bij het ontbijt werd vrolijk toegezongen met zijn verjaardag.

  • 9.10 vertrek bus. en bleven achter om de omgeving van het hotel te verkennen. De bewolking hing laag.
  • 9.30 stop bij Madzharovo. Dit is een kleine plaats in de Oostelijke Rhodopes, gelegen aan de oever van de Arda rivier. Tijdens de wandeling zagen we nieuw Aasgier, Orpheus grasmus, Grijze Gors, Ortolaan, Blauwe rotslijster, Vale gier, Slechtvalk, Sperwer en Cirlgors.
  • 11.30 theepauze met chocoladekoekjes van
  • 12.10 vervolgen we onze weg en zien nieuw Steenarend
  • 13.30 Nabij het plaatsje Rabovo is het tijd voor de picknick.
  • 13.40 weer de bus in; het regent.  Wij zijn inmiddels bij het Studen Kladenets Reservoir, het 1 na grootste reservoir in Bulgarije gelegen aan de rivier de Arda achter de  Studen Kladenets dam.
  • 14.00 een stop met een mooi overzicht over het dal. We noteren de Rouwmantelvlinder (Koningsmantel).
  • 14.40 verder tot 14.50 de volgende stop. De koningspage komt op het lijstje. Om 15.12 een donderslag. Nieuw Steppenbuizerd. 15.40 weer de bus in. Om 16.00 stop bij de Krumovitsa Rivier. Om 16.25 reizen we terug waar we 17.25 weer aankomen bij onze verblijfplaats.
  • 19.30 Eten
  • 21.00 Lijsten.

Vandaag een dagtotaal van 79 met 15 nieuwe soorten. Totale aantal is nu 197.

Bus 2 – Dag 7 – donderdag 1 mei 2014

Na 2 overnachtingen op dezelfde plaats, vandaag westwaarts op weg naar Trigrad, ook nog in het bergachtige Rhodopes, vlak boven de Griekse grens. Er zijn door onze bus 2 al bijna 200 soorten waargenomen.

Meestal zitten mannen, de 'echte' vogelaars, op de achterbank. Vandaag zit ik daar tussen 2 dames, en, met m'n aantekeningschriftje. Ik vind het koud in de bus. Misschien door al die stroompjes buiten. In 127 jaar is het voorjaar in Bulgarije niet zo nat geweest.

Ook nu zie ik lege, soms half vergane huizen langs de weg. De afgelopen week nogal eens gedacht: komen de woorden Onderhoud, Reparatie en Opruimen wel voor in het Bulgaarse woordenboek? Of men is halverwege een nieuw te bouwen huis gestopt. Was het geld op? Mogelijk, maar misschien nog meer omdat de toekomstige bewoners naar  het buitenland zijn vertrokken. Ca. 2 miljoen Bulgaren wonen thans in het buitenland. Bulgarije was met zijn 8-9 miljoen inwoners altijd al dunbevolkt, maar dat aantal is gezakt naar minder dan 7 miljoen. Naast emigratie worden er te weinig kinderen geboren om dit aantal op peil te houden (1,4 kind per vrouw). Misschien moet Brussel dit land verklaren tot Nationaal Park. Maar Brussel gaat geloof ik niet over Natuur.  

Een haas op de weg. Vandaag eindelijk steenuilen. Al meteen bij het vertrek vanochtend. Later vanuit de bus een ooievaar met mol.  De koeien grazen hier vrij rond, vaak langs de weg. Mij wordt verteld, dat deze koeien vaak van verschillende eigenaren zijn. Soms in de gaten gehouden door een cowboy, zonder paard. Het gebied waar we door heen rijden, doet mij wat denken aan de Ardeche en aan de onderscheiden documentaire 'Etre et Avoir'.

Uitgebreide stop: in een boom rustende Balkansperwer. Zwarte punten aan het eind van de vleugels. Ik lees: aan het vangen van hagedissen en insecten aangepaste tenen. Onze sperwer heeft geen zwarte punten en is een vogeltjesvanger. Het Dudeljoho van wielewalen klinkt. Waarom houden wielewalen zich vaak op in hoge bomen in de buurt van water? Zijn daar meer (grote) insecten dan ver verwijderd van water? Ook hoppen worden gehoord: 'hoep hoep hoep'. Links tegen de rotsachtige berg de rode rotslijster op een 'pilaarrots'.Nog hoger een torenvalk. is onze spotter, als het om 'hoog' en 'ver' gaat. Op een andere rots: oostelijke blonde tapuit. Aan de overkant van de rivier 2 boomvalken in een dode boom. 'Hé, daar flitst een kwartel over de weg', roep ik. Later ziet Pavel hem zitten: een Aziatische steenpatrijs. En als toetje, want ook deze is voor mij een nieuwe waarneming, de rotsklever. Een actief, enigszins zoals de oeverloper door zijn knieën wippend, vogeltje.

Later, een maskerklauwier. En een koppeltje kleine plevieren. Een gele oogring onderscheidt hem van de strandplevier.

Ook vandaag levert het zgn. 'tapen' van Mladen– het met een luidsprekertje nabootsen van de gezochte doelsoort – geen resultaat op. In Nederland wordt tapen tijdens het begin van het broedseizoen afgeraden. Lang niet alle mannetjes vertonen in dit stadium territoriumgedrag naar potentiële binnendringers. Het lijkt eerder af te schrikken dan aan te lokken.

's Middags rijden we door bossig  gebied en later, op weg naar Trigrad, langs een rivier met veel lintbebouwing.  In de laatste 40km worden de wanden van de Gorge steeds hoger en steiler. Morgen hopen we hier de rotskruiper te zien.
Een klein groepje gaat in de vooravond nog op berenjacht. Ik niet. Ik zag daarvoor teveel beren op de weg.

Bus 2 – Dag 8 – 2 mei 2014

Gelukkig is het droog vanmorgen, want we gaan een hééééél moeilijke vogel zoeken. We rijden 10 minuten in de bus als we er al weer uit moeten. Heel in de verte, waar de kloof overgaat in een wijder dal, verschijnt een stukje blauwe lucht – een voorbode van beter weer. In de nauwe kloof, waar we ons bevinden, wonen twee paartjes wallcreeper, oftewel rotskruiper. Een paartje zit voor de tunnel en het andere erachter. Samen met onze gids Mladen staan we te wachten tot…. Het kan wel 2 uur duren. Na wat rondgehangen te hebben en een raaf te hebben gespot, kom ik weer terug bij ons groepje van misschien vijf mensen. Kennelijk zijn we volgens Mladen niet eerbiedig genoeg, want hij verwijt ons “disrespectful” gedrag, kennelijk omdat we niet de juiste graad van geduld vertonen. Nou, hij bekijkt het maar: ik ga terug naar de parkeerplaats waar ik me op een bankje neervlij. Al snel worden we tot actie gemaand door j. De rotskruiper komt er aan. En waarachtig, we krijgen hem aan de twee kanten van de kloof allemaal te zien. Hij spreidt zijn rood-wit-zwarte schoonheid voor ons ten toon. Zo zie je maar weer dat ongeduld net zo goed beloond wordt.

Na de verplichte twee uur wachttijd rijden we met de bus een eindje verder. Het is intussen zonnig geworden.  We krijgen de waterspreeuw in beeld die druk bezig is vanaf een rots het water in te kijken, op te vliegen en weer neer te strijken, maar die helaas geen duik wil nemen om onder water wat te vangen. Zijn vriendjes de witte en de grote gele kwik zijn ook van de partij op dit mooie zonnige plekje. We worden er allemaal weer helemaal tevreden en gelukkig van.

Dan wordt het tijd voor de lunch, terug in ons hotel: lekkere soep en een flink stuk kipschnitzel in plaats van de verplichte kleffe sandwiches. De middag spotting verloopt aanvankelijk goed. Het weer is nog steeds mooi. We rijden langs de rivier stroomopwaarts, stappen op een hoger punt uit en gaan terug lopen. Op de heenweg heb ik vanuit de bus een mooi uitzicht op een grijze gors. Dat is al de derde nieuwe voor mij vandaag. Al teruglopend zien we een groep gele gorzen, die vanuit een grote dennenboom hun speelplaats bezoeken: plukjes stro, balken en andere rommel. Zes in totaal.  Ik heb er drie gezien, en dat vind ik al geweldig. Bovendien is dit de vierde nieuwe soort vandaag. Kwaliteit i.p.v. kwantiteit heeft toch ook wel wat. Het wordt donkerder, maar gelukkig krijgen we nog een hardwerkende grote bonte specht te zien, die drie kale stammen van een populier voor onze neus afspeurt naar insecten. Helaas gaat de dreigende lucht over in een regenbui en na een poosje pikt de bus ons op en schuilen we tot de regen wat vermindert. We stappen weer en uit en ik  besluit de rest van de weg naar huis lopend af te leggen, in een flinke wandelpas. Ik zie nog wat klein spul, zoals een tjif tjaf en een roodborst. Gelijk met de bus arriveer ik in ons onderkomen. Einde van een mooie vogeldag.

Bus 2 – Dag 9 – 3 mei 2014

We zetten ’s morgens de bagage in de bus en gaan in de buurt van het hotel op zoek naar de Europese kanarie, die hier volgens Mladen moet zijn;  maar helaas, geen kanarie, maar wel de zwarte mees en de boomvalk.
We zien rotszwaluwen onder de nok van het huis en waterspreeuwen in de rivier.

Bij de volgende stop blijf ik bij de bus met en dan komt de grote bonte specht naar ons toe. Ook het geluid van de gele gors is goed te horen.

Onderweg komen we langs een markt met prachtige schoenen.. We proberen over te halen, om daar nieuwe schoenen te kopen, maar hij vond de kleuren niet mooi genoeg. Later onderweg zien we veel koeien;  zelfs een zwarte met witte stippen; een soort ortolaan ?

In het landschap zien we nu meer kleinschalige landbouw met aardappelveldjes. Een paard voor de ploeg en planten, die met de hand in de grond werden gezet. Bij de volgende stop zien we veel verschillende vogels, kuifmees, sijsje, vuurgoudhaantje, boomleeuwerik, boompieper, zwarte mees, grote bonte specht en jawel een Europese kanarie. We verlaten de Rodopen en zien een steenuiltje op een reclamebord. We gaan deze dag vaak de bus in en uit, waarbij steeds handiger wordt in het ‘duwen’ van zijn telescoop  in het bagagevak.

We gaan richting Petrich,  de bus rijdt langzaam, we  stijgen en dalen. Als we in het dorp komen zien we overlijdensberichten van dorpsbewoners aan de muur van de plaatselijke winkel. Men stuurt hier geen rouwkaarten. De nieuwtjes worden gelezen bij de winkel naast de kerk.

Bus 2 – Dag 10 – 4 mei 2014

Op 4 mei ontwaken we in een hotel, 12 km van Petrich, waar het nachtelijk feestgedruis sommigen tot in de kleine uurtjes wakker gehouden heeft. Het is een prachtige dag en we krijgen een prima ontbijt voorgeschoteld.ontpopt zich als een echte klimgeit als hij niet snel genoeg bij zijn stoel achter de tafel kan komen. Klimt over heen en informeert daarna fijntjes: “Heb je alles nog?”

Om 9.00 uur vertrekken we en de rotsmus wordt ter plekke omgedoopt in “rotmus”, omdat hij zich niet heeft laten zien. We rijden over de E79 richting Sofia en iets voorbij Blagoevrad maken we een sanitaire/koffie stop om daarna bij Rila af te slaan richting het Rila Monastir. Een prachtig gerestaureerd klooster met een geboortekerk op een plein, die na een brand rond 1830 in 1870 weer opnieuw opgebouwd is. In de kerk, die binnen en buiten beschilderd is met bijbelse taferelen, komen veel ouders die hun  kleine kinderen laten zegenen door een priester. Ze leggen daarbij hun halskettingen op een tafeltje  samen met een paar kleine, meegebrachte iconen, waarna de priester er water over sprenkelt en een gebed uitspreekt. Daarna volgt de betaling. 

Na een uur treffen we elkaar weer in de bus en het gesprek gaat over de zwarte roodstaart en de witrugspecht. Die laatste heefthelaas alleen gespot. Na een kleine opstopping richting de picnic-plaats, zitten we onder een grote parasol, die als paraplu dienst doet en viert de meligheid de boventoon. De kat krabt de krullen van de trap, en zo…. De twee Bulgaren, die we met z’n veertienen “ingesloten” hebben, zitten een beetje beduusd te kijken.

We vervolgen om 14.15 uur weer de E 79 naar Sofia en en maken van de gelegenheid gebruik om verschillende plantjes te determineren. In de verte zien we de besneeuwde toppen: einddoel van de reis.

Om 16.50 uur stoppen we weer even bij een benzinestation en voordat we de bergen ingaan en doen ons te goed aan ijs, chips en koffie.

Op weg naar boven, een lange, steile, bochtige route met kinderhoofdjes geeft de chauffeur flink gas. We stoppen nog even bij de bus van andere groep, die een notenkraker hadden gespot.

Boven aangekomen, bij een wintersportplek zien we er nog veel meer en ook de beflijster laat zich fantastisch zien. We lopen langs verlaten stoeltjesliften en armoedige installaties. Tussen de bomen ligt hier en daar nog sneeuw. Aangekomen in ons onderkomen “Moreni Mountain Chalet” (hotel wil ik niet noemen) genieten we van een prachtig uitzicht richting het zonovergoten dal, terwijl hierboven een koude mist hangt. De eetzaal is gezellig en knus, met een groot open haardvuur. De kamers, daarentegen zijn oud, viezig en hier en daar ontbreken onderdelen (zoals de douchekop). Maar… we slapen uitstekend en het avondmaal smaakt bijzonder goed. Voor de laatste keer wordt de vogellijst bijgewerkt en daarna drinken we nog een heerlijk glaasje en kijken terug op een geslaagde week.

Terugreis  - Dag 11 – 5 mei 2014

De laatste ochtend in Bulgarije, na overnachting in het trekkershotel, Chalet Moreni (ruim 2000 m) in het Vitosa Gebergte (Park), dat aangrenzend ten zuiden van de hoofdstad Sofia ligt, sneeuwt het!  Er lagen nog resten sneeuw bij de skilift even verderop, maar dat het nu nog zou gaan sneeuwen…….. Gisteren  waren de Notenkraker en Beflijster zo mooi te zien zal nu niet lukken, met deze sneeuw en wind. Maar jawel dus, rapporteren  enkele  diehards!

Een stukje lager, bergafwaarts sneeuwt het niet! Daar gaan we nog een laatste ronde doen, om de Zwarte Specht en Vale Gier Zwaluw nog een keer goed te zien. Het is overwegend naaldbos met wat loofbomen. Zanglijster en Zwartkop laten zich al snel horen en zien. Roek en Bontekraai ook. Het Vuurgoudhaantje en Zwarte Mees zijn de grote publiekstrekkers, want laten zich niet rustig zien, zodat het speuren wordt. Verder vinden we op de weg verschillende lijkjes van de Vuursalamander. We zagen al eerder dat hij zich kennelijk stilhoudt bij gevaar, wat een (extra) verklaring zou kunnen zijn voor het relatief grote aantal lijkjes op een stuk weg. Zo waaieren we als groep uit en lopen ongemerkt verder naar beneden dan gepland(!) Boomklever, Roodstuit Zwaluw en  Roodborst  zien we ook nog. Tenslotte hoe lager hoe bekender: Kool- en Pimpelmees, Ekster, Huismus, Vink, Groenling en nog de Buizerd!

Ook dit bezoek aan dit oord had ik niet willen missen en laat een onvergetelijke indruk na!